Geen tijd! | Giorgio Locatelli | Spiekeroog | De Wintertuin | Klassieke Kip | Het paard Windje | Dineren van het dashboard
SPIEKEROOG (voor het Financieele Dagblad)
Groene parel van de Duitse Wadden

Boeren? Nee, die vind je er niet. Net zo min als cranberryjam-bereiders of makers van schapenwollen dekbedden. Maar deze charmante parel van de Duitse kust heeft iets anders om mee te pronken. Het is er ouderwets ontspannen, opgeruimd en groen, groen, groen. Portret van die grüne Insel.

De snelweg erheen voert via Groningen, maar nauwelijks 30 km Duitsland in stuurt hij je al langs provinciale wegen, naar Neuharlingersiel, waar de boot wacht. ‘Voor Spiekeroog moet je wat over hebben, onder meer die langzame route naar de veerhaven,’ zegt een hoteluitbaatster op het eiland terecht.

Het is Ost-Friesland waardoor je rijdt, de uiterst noordwestelijke streek van de Duitse deelstaat Niedersachsen. Dat betekent roodbakstenen huizen en verspreid liggende boerderijen in een rustgevend houtwallenlandschap. Ook Spiekeroog maakt deel uit van deze regio met zijn zeer eigen Ost-Friesische cultuur: een relaxte levenswijze, een gemoedelijk dialect dat sterk op het Gronings lijkt, én een voorliefde voor liters sterke thee per dag.

Nostalgie viert hoogtij
Spiekeroog, krap 18 vierkante kilometer, is volkomen feeëriek, met een oeroud kerkje uit 1695, een Jan Plezier en paardentram, een houten muziektent op het pleintje tegenover het gemeentehuis en overal comfortabele, witgeschilderde tuinbanken. De eilanders (ruim 700) zijn trots op hun eiland en dat merk je. Groener dan de gemiddelde Duitser betuigen ze zich tamelijk fel op opruimen en recycleren. Bij de plaatselijke apotheek ligt een petitie tegen de geplande kolencentrale in Emden. De apotheekster, tevens kruidengeneeskundige: ‘De uitstoot daarvan kan de frisse lucht van ons Kurort in gevaar brengen. Vrijwel alle eilanders tekenden al.’
Anders dan op waddenbuureilanden Langeoog of Borkum zijn hier geen vliegvelden en houdt men aankondigingen van toeristische uitbating – waarvan het eiland louter leeft – uiterst bescheiden. Minieme geëmailleerde bordjes op de muur melden wanneer er sprake is van een Ferienwohnung en de twee winkeltjes met scheppen en strandballen doen denken aan Zandvoort anno 1959.

Sowieso lijkt Spiekeroog een time-warp: het enige en gelijknamige dorp brengt sepia foto’s van Laren of Bergen in herinnering. Hoge kastanjes en forse lindebomen werpen lichtgroene schaduwen over smalle straten en stegen die eerder laantjes zijn. Aan de huizen, hotels en knusse restaurants kleven groenwitte serres en de kleine tuinen worden ingeperkt door fris geverfde hekken. En al die tuinen staan eind mei vol met veelkleurige rododendrons. Geen moment, overigens, had ik het gevoel in het Drentse Orvelte of het Arnhemse Openluchtmuseum rond te wandelen. Dit is een levend eiland, waar de inwoners nu een keer houden van opruimen en ontspanning en deze levenshouding graag delen met bezoekers.
En die komen er: gezinnen met heel jonge kinderen in buggy’s, ouderen, natuurvorsers van middelbare leeftijd én de rijpe jeugd, die bijeenklit op het noordwestelijk strand, met volleybaltoernooien, grote kampvuren en vette muziek. Ver weg van dorpshotels met namen als ‘Inselfriede’, waar het inderdaad vanaf 21.30 uur intens vredig is. En net als je denkt in de huidige tijd terugkeren, bij een hippe strandtent met strak gesneden coole kelners, staat er op het menu dat er ook een bordje Michlreis mit Butter und Zimt te verkrijgen is… Jazeker, rijstebrij met boter en kaneel.

Vergeet die fiets nu maar
Op Spiekeroog wandel je, eet je voortreffelijk in de talloze restaurants, drink je (uiteraard) een pot thee leeg op een terras en lees je een boek. Boven het eiland blinkt hel licht, weerkaatst door Noordzee en wad. Langs de duinpaden barst het van de wilde rozen, zodat een zwoele, zoete lucht hangt waar je ook gaat. En gaan, dat doe je hier te voet. Het is even wennen als je onze wadden gewend bent, waar bussen, taxi’s en rekken vol fietsen bij aankomst op je wachten. Niet hier op Spiekeroog, dat behalve strikt autoloos ook volkomen fietsverhuurloos is. Je mag zelfs je eigen fiets niet meenemen… De benenwagen, dus.
Zeven minuten naar het dorp, nog eens tien minuten verder en je staat op het strand. Waarom zou je dan je eiland bederven met hordes huurfietsen, vindt men hier. Kleine toegeeflijkheid van de hoteliers en huisjesverhuurders: in de haven wachten hun persoonlijke bolderkarren die je mag lenen voor je bagage. Nog luxer? In Neuharlingersiel kun je ook van de Gepäckservice gebruik maken. Dan worden je koffers per elektrische auto naar je verblijfplaats gebracht.

Badhokjes…!
Toch, als ik de eilanders voorbij zag suizen op hun fietsen-met-vrachtkarretjes keek ik ze verlangend na…Nog iets waarop ik me verheugde maar wat tegenviel: de duinen. Allesbehalve spectaculair, niet breed en zelden hoog – op één mooi uitkijkpunt na – en met geringe variatie in vegetatie. Bovendien zijn alle wandelwegen keurig bestraat, wat fijn is voor rolstoelers maar me deed snakken naar een schelpenpad. Deze ‘gebreken’ worden echter vergoed door het werkelijk prachtige Noordzeestrand. Zonder radio’s of ijscokarren, en zeilvliegers bitte hun eigen deel gebruiken. Aan de verre einder vrachtboten en oceaanschepen, pendelend van en naar Wilhelmshaven. Op het strand keert de nostalgie krachtig terug: badhokjes, om je te verkleden! Wanneer hebben we díe voor het laatst gezien?! En chique, dubbele huurstrandstoelen! Van hout, met gestreept zeildoek. Ze zijn ordelijk bijeen geplaatst en voorzien van uitschuifbare kap en voetenbankjes. Later merk ik dat ze ook in menig Spiekerooger tuin staan. Lichte waarschuwing: de stoelverhuurder bovenop het duin sluit soms vroeg. Aankomend na half drie kreeg ik geen stoel meer te pakken, maar zie, natuurlijk staan er openbare bankjes voor me klaar, zoals overal op dit wonderlijk altmodische maar heerlijke eiland.

Over thee en de tocht erheen
Thee hoort bij Spiekeroog en de regionale gastvrijheid, want Ostfriesische Gemütlichkeit hält stets ein Tässchen Tee bereit! Een echte Ostfries drinkt 700 pond thee in zijn leven, tien keer zo veel als de gemiddelde Duitser en drie maal zoveel als een Nederlander. ‘Teetied’ is het op nagenoeg elk uur van de dag. Direct aan het ontbijt, dan tijdens het Elf-Ührtje (desgewenst met Schnapps erbij), ’s middags rond drieën en ’s avonds na de maaltijd. In die sterke zwarte thee, een melange van Assam, Ceylon, Sumatra, Java en Darjeeling, gaat stante pede een Kluntje, een dof bestoven brok kristalsuiker, en koele room. Niet roeren en de hele pot leegdrinken. Het mooie blauwwitte servies uit de regio en het stoofje onder de pot verhogen de ceremonie. ‘Eigen’ melanges zijn op het hele eiland te koop. Meer thee in het Theemuseum te Norden (www.teemuseum.de).

De route naar het eiland loopt via Groningen (A7) en Nieuweschans (grensovergang) naar Leer, en vervolgens over Aurich en Esens naar Neuharlingersiel (veerboot). Reistijd vanaf Nieuweschans: ca. 1 uur. Vaartijd: 45 min. Lang parkeren aan het oostelijk eind van Neuharlingersiel (wandelafstand naar de boot). Let op: door de sterke getijdenwerking vaart de veerboot op wisselende tijdstippen!

Check vertrek en aankomst onder ‘Fähre’ op: (www.spiekeroog.de) (Ook voor algemene info alsmede overnachtingadressen).
home | contact | colofon | disclaimer